Het onderhoudsplan voor machines, EMP (Equipment Maintenance Plan), bevat niet alleen specifieke taken om de gevolgen van een falingstoestand te minimaliseren, maar ook relevante informatie voor werkorderplanning, budgettering van de onderhoudsmiddelen en communicatie van de vereiste downtime bij ingrepen.

De elementen van het EMP kunnen onderverdeeld worden in 3 informatiecategorieën: machine, taak en ondersteuning.

Een EMP bevat alleen intervalgestuurde controles en controlegerelateerde activiteiten om een falingstoestand te identificeren of voorkomen, of een verplichte of gereguleerde activiteit uit te voeren. Een EMP is een gedetailleerd onderhoudsplan voor het hiërarchisch laagst onderhoudbaar artikel en omvat de volgende informatie:

  1. Hiërarchische structuur van de machine. Het moet duidelijk zijn voor de eindgebruiker welke machine wordt besproken of geïdentificeerd. Het laagste niveau in de EMP-hiërarchie moet dat van de onderdelen zijn, ongeacht of de hiërarchie van het Computerized Maintenance Management System (CMMS) of het Enterprise Asset Management system (EAM) van de klant dit ondersteunt. Elk onderdeel wordt gedefinieerd als het “hiërarchisch laagste onderhoudbaar artikel” (bijv. pomp, ventilator, motor, versnellingsbak). Referentie: ISO 14224, Sectie 8.2 Taxonomie.
  2. De geïdentificeerde falingstoestand(en). De omschrijving van een falingstoestand bestaat uit “het onderdeel” + “wat er mis is met het onderdeel” + “de oorzaak”. De lijst met falingstoestanden in een EMP hoeft niet exhaustief te zijn. Het is voldoende de belangrijkste te registreren: die vertegenwoordigen zowel de storingen in het verleden als storingen die zich waarschijnlijk in de toekomst zullen voordoen.
  3. De uit te voeren ta(a)k(en) om de falingstoestand te vermijden, onderverdeeld in 4 categorieën:
    • Controle – opsporing van een falingstoestand
    • Preventie – een falingstoestand voorkomen
    • Tijdgestuurde vervanging
    • Run-to-failure (laten werken tot defect optreedt)
  4. Verplichte of gereguleerde taken. Om aansprakelijkheidsredenen is alleen de eigenaar van de machine bevoegd om deze taken te omschrijven en toe te voegen aan het EMP.
  5. De frequentie van elke taak. Frequentie is interval, uitgedrukt in tijd (uren, dagen, weken) of verwerkte hoeveelheid (eenheden, tonnen, kilo’s).
  6. De persoon die de taak zal uitvoeren (functie, niet de naam). Taaktoewijzingen moeten gebeuren op basis van de complexiteit van de opdracht en de vereiste vaardigheidsniveaus. Afhankelijk van hun kwalificatie kunnen operatoren onderhouds- of controletaken van machines krijgen toegewezen.
  7. De vereiste hoeveelheid mankracht om elke taak uit te voeren, uitgedrukt in manuren
  8. De vereiste downtime van de machine om elke taak te voltooien.

Zodra het EMP ontwikkeld is en een beperkte falingsgeschiedenis verzameld is, kan het onderhoudsplan vervolgens geoptimaliseerd worden. De optimalisatie gebeurt via het gebruik van krachtige statistische software die falingspatronen analyseert en de kosten van defecten verantwoordt.